Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

In deze paragraaf wordt de financiële robuustheid van de gemeente weergegeven.
Onder weerstandsvermogen wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen betreft de relatie tussen:

  • (Beschikbare) weerstandscapaciteit:

De middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken

  • Benodigde weerstandscapaciteit:

Risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de gemeente. Het betreft risico’s die eenmalig onverwacht kunnen optreden en geen normale bedrijfsvoeringsrisico’s zijn.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's

Terug naar navigatie - Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's

In de raadsvergadering van 21 maart 2013 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In de nota wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt:

  • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen;
  • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening;
  • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten;
  • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1);
  • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt, zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

In de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ is uitvoerig ingegaan op het wettelijk kader, de inventarisatie van de risico’s en de weerstandscapaciteit. De beleidsconclusies zijn hierboven weergegeven.
In deze jaarrekening heeft een actualisatie plaatsgevonden van de weerstandscapaciteit, de risico’s en het weerstandsvermogen.

Top 15 inventarisatie van de risico's

Terug naar navigatie - Top 15 inventarisatie van de risico's

In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico’s toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening:

Risicowaarde in € = percentage ‘Kans’ x ‘Gevolg in €

Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren, wordt gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Hieronder treft u de top 15 van grootste risico's aan.

Risico Kans in % Kans in € Risicowaarde
1. Jeugdzorg 90% 375.000 337.500
2. Ondergrond brandweerkazerne 70% 175.000 122.500
3. Algemene uitkering gemeentefonds 70% 175.000 122.500
4. Crisisbeheersing 10% 1.000.000 100.000
5. Huishoudelijke hulp 50% 175.000 87.500
6. Wolfswinkel 50% 175.000 87.500
7. Stelpost ruimte onder BCF Plafond Concrete berekening 55.000
8. Vennootschapsbelasting (Vpb) 30% 175.000 52.500
9. Fiscaliteit 30% 175.000 52.500
10. Inkoop en aanbesteding 70% 75.000 52.500
11. GGD Brabant Zuidoost Concrete berekening 50.157
12. Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) 10% 375.000 37.500
13. Verkiezingen 50% 75.000 37.500
14. Beveiligingsincident 10% 375.000 37.500
15. Cybercriminaliteit 10% 375.000 37.500
Subtotaal top 15 1.270.157
Overige risico's 473.318
Totaal 1.743.475
Risico's onvoorzien 250.000
Risico's t.b.v. zekerheidspercentage 90% 1.794.128

Twee keer per jaar worden de risico’s opnieuw geïnventariseerd en berekend. De nieuwe risico's en de risico's die niet meer in de top 15 voorkomen worden hieronder kort toegelicht. 

 

Nieuwe risico's top 15

 

Ondergrond Brandweerkazerne

Rijkswaterstaat heeft de gemeente erop gewezen dat destijds in de akte een anti speculatiebeding is opgenomen. Rijkswaterstaat maakt nu aanspraak op de meerwaarde.

GGD Brabant Zuidoost

In plaats van een algemeen risico voor de samenwerkingsverbanden wordt, indien van toepassing, een risico van de individuele samenwerkingsverbanden opgenomen. In de top 15 komt daarom het risico van de GGD Brabant Zuidoost.

Beveiligingsincident en Cybercriminaliteit

Omdat een aantal grotere risico’s uit de top 15 zijn verdwenen (zie hierna) verschijnen deze risico’s nu in die top 15.

 

Verdwenen risico's top 15

Bestuurlijke toekomst

De Arhi-procedure voor de samenvoeging van de gemeenten Nuenen en Eindhoven is door Provinciale Staten op 22 februari 2019 gestopt.

Inkomensvoorziening (participatie wet)

Niet meer in de top 15 omdat de kosten in 2018 binnen de begroting gebleven zijn en de verwachting is dat deze lijn zich voortzet in 2019 en volgende jaar.

Intergemeentelijke samenwerking

In plaats van een algemeen risico voor de samenwerkingsverbanden wordt, indien van toepassing, een risico van de individuele samenwerkingsverbanden opgenomen (zie GGD Brabant Zuidoost hierboven).

Vestzaktheater

Omdat de risicowaarde van het Vestzaktheater gedaald is, verdwijnt dit risico uit de top 15.

Top 15 risico's

Terug naar navigatie - Top 15 risico's

1. Jeugdzorg

Door incidenten (crisis of gesloten jeugdzorg) of nieuwe cliënten met complexe jeugd casuïstiek bestaat het risico dat er beroep wordt gedaan op de zwaardere en duurdere jeugdzorg, zonder dat dit begroot is. Ook kunnen we achteraf geconfronteerd worden met kosten als gevolg van directe verwijzers als huis- en kinderartsen, waarmee we geen rekening hebben gehouden. Een ander risico betreft de kosten van aanbieders die tot 5 jaar na inzet zorgaanbod mogen nafactureren. Deze verplichtingen zijn in kaart gebracht maar gelden voor 1 jaar waardoor eventueel nafacturering van de andere jaren kan drukken op de lopende begroting. Met de invoering van de nieuwe PDC lijkt er meer controle te zijn op de inzet, echter dit is een doorlopend ontwikkelproces van de producten in de PDC. Een zekerheid of dit niet tot extra kosten gaat leiden kan nog niet worden geboden.

 

Beheersmaatregel

In afwachting van de daadwerkelijke uitgaven zetten wij nu al in op efficiency en effectiviteit door preventief en integraal te werken in alle lagen van nulde lijn tot 2e lijn c.q. veiligheid. Hierdoor wordt waar mogelijk laagdrempelig gewerkt en vroegtijdig gesignaleerd waardoor er ruimte is om, daar waar nodig, zwaardere ondersteuning in te zetten. Daarnaast worden doorlooptijden waar mogelijk verkort (Lean werkprocessen) en wordt lokale ambulante zorg ingezet in plaats van verblijf wanneer mogelijk. De basisvraag verheldering (triage), casusregie en het integraal werken binnen het netwerk van het CMD leveren hier een belangrijke bijdrage aan. In het kader van de nieuwe PDC wordt het evaluatieproces en samenwerking met verwijzers als de huisartsen verder uitgewerkt om op die manier grip te houden op de juiste inzet waar nodig (en dus ook kosten).

 

2. Ondergrond brandweerkazerne

De ondergrond van de brandweerkazerne en gemeentewerf is voor € 1 overgenomen van Rijkswaterstaat. In de overeenkomst is een anti-speculatiebeding opgenomen, waardoor, bij het wijzigen van de bestemming, de meerwaarde dient te worden bepaald welke wordt afgedragen aan Rijkswaterstaat. Bij de bouw van de brandweerkazerne is een overeenkomst met de regio aangegaan waarbij geen aandacht was voor de gevolgen van de meerwaarde van de grond.

 

Beheersmaatregel

Samen met Rijkswaterstaat wordt onderzocht of en tot welk bedrag er sprake is van meerwaarde voor deze ondergrond. De brandweerkazerne en de gemeentewerf hebben een publiek belang.

 

3. Algemene uitkering gemeentefonds

Via circulaires worden we enkele malen per jaar (meestal mei en september) geconfronteerd met aanpassingen in de totale ontvangsten vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is dat een systematiek wordt gehanteerd van 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk gaat bezuinigen wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort ('samen de trap af'). Schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. De totale ontvangst van het gemeentefonds in 2018 bedraagt circa € 17,9 miljoen.

 

Beheersmaatregel

De algemene uitkering maakt integraal onderdeel uit van de begroting. De schommelingen worden op het eerst volgende moment binnen de exploitatie verwerkt om deze sluitend te houden.

 

4. Crisisbeheersing

Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten, die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden in zowel het fysieke als het sociale domein en kunnen lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn.

 

Beheersmaatregel

Door adequate maatregelen kunnen de effecten van een crisis beperkt worden. Lokale en regionale crisisorganisaties voorzien daarin, wat zich uit in crisiscoördinatie en -organisatie. Goede informatievoorziening, opleidingen en oefenen is daarbij randvoorwaarden voor succes. Implementatie van verbeterpunten uit evaluaties zorgen steeds voor verdere professionalisering van de crisisorganisatie. Daarnaast wordt ruim ingezet op preventie en preparatie om aan de voorkant crises te voorkomen. Met de transities is de gemeente verantwoordelijk geworden voor veel zorgtaken. Hierdoor kan de gemeente vaker partij zijn wanneer een crisis in het sociale domein zich voordoet.

 

5. Huishoudelijke hulp

In 2017 heeft de reparatie van de huishoudelijke hulp plaatsgevonden en is huishoudelijke hulp weer een Wmo-voorziening geworden. Hiervoor is m.i.v. 2017 extra budget opgenomen in de begroting. Onzekerheid of het budget toereikend zal zijn hangt af van het aantal cliënten. Dat aantal is stabiel maar kan fluctueren. Gelet op de demografische ontwikkelingen is de verwachting daarbij dat het aantal dan eerder toe- dan afneemt. De onzekerheid met betrekking tot aantallen geldt ook voor de ondersteuning bij het huishouden (met regie). De in het regeerakkoord opgenomen eigen bijdrage van € 17,50 per 2019 zou een behoorlijk aanzuigende werking kunnen hebben op het aantal cliënten. Inwoners die het nu zelf hebben geregeld (al dan niet in het grijze circuit) zijn dan aanmerkelijk goedkoper uit wanneer het een maatwerkvoorziening wordt.

 

Beheersmaatregel

We houden vast aan de uitgangspunten die we hebben geformuleerd ten aanzien van het beleid Wmo (eigen kracht, eigen keuze, participeren indien mogelijk, integraal werken). Dit betekent dat wanneer burgers het zelf kunnen regelen en het ook daadwerkelijk regelen er geen reden is voor het toekennen van een voorziening.

 

6. Wolfswinkel

Meerjarig gezien is er geen sluitende exploitatie van de begraafplaats. Hierdoor is een negatief eigen vermogen ontstaan. De gemeente loopt het risico dat de stichting begraafplaats en uitvaartcentrum Wolfswinkel niet in staat is aan haar aflossingsverplichting te voldoen.

 

Beheersmaatregel

Omdat meerjarig gezien er geen sluitende exploitatie van de begraafplaats is, zijn de gemeente en de stichting overeengekomen dat de stichting zal onderzoeken op welke wijze de exploitatie sluitend dan wel positief kan worden gemaakt. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de haalbaarheid van een crematorium.

 

7. Stelpost ruimte onder BCF plafond

Tot en met 2018 is de ruimte onder het BCF-plafond, bij wijze van voorschot, onderdeel van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Met ingang van 2019 wordt in de circulaires voorafgaand aan het begrotingsjaar geen rekening meer gehouden met bevoorschotting via de algemene uitkering. Wij ramen dit bedrag nu apart als een stelpost op basis de laatst bekende definitieve uitkering BCF 2017. Concreet gaat het dan landelijk om € 150 miljoen, waarvan het aandeel Son en Breugel € 110.000,- is. 

 

Beheersmaatregel

Er is vooralsnog sprake van een eenmalige toepassing voor de begroting 2019 en meerjarenraming 2020 – 2022. Wellicht komt er in 2019 meer duidelijkheid over hoe de ruimte onder het BCF-plafond berekend kan worden zodat voor de begrotingen 2020 en verder een reële inschatting gemaakt kan worden. Van de provinciaal toezichthouder mogen we 100% ramen, maar omdat Pauw (onze adviseur op het gebied van AU-berekening) de verwachting uitspreekt dat er de komende jaren minder ruimte onder het plafond overblijft nemen we 50% van dit bedrag als risico op.

 

8. Vennootschapsbelasting (Vpb)

Met ingang van 1 januari 2016 is de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen in werking getreden. Dit houdt in dat jaarlijks een fiscale aangifte moet worden ingediend. Eerst wordt een voorlopige aangifte gedaan, gevolgd door de definitieve. In 2015 en 2016 zijn, met een adviesbureau impactanalyses uitgevoerd en besproken met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft voor de grondexploitaties en afval inmiddels op de onderdelen waarvoor Vpb-plicht aan de orde is een uitspraak gedaan over de uitgangspunten voor de aangifte. De gevolgen van het (eventueel) ondertekenen van de VSO wordt per gemeente bepaald. Op basis van de nu bekende uitgangspunten wordt de voorlopige aangifte gedaan. Deze wordt besproken met de Belastingdienst. De conclusies/aanbevelingen van de Belastingdienst worden in de definitieve aangifte verwerkt. Dit houdt het risico in dat de voorlopige aangifte afwijkt van de definitieve aangifte.

 

Beheersmaatregel

Verdere vervolgstappen vooruitlopend op het oordeel van de belastingdienst op het afstemmingsverzoek kunnen nog niet worden genomen. 

 

9. Fiscaliteit

De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelasting opgaves, BTW aangiften, opgave BTW compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid.

 

Beheersmaatregel

Met het oog op de ontwikkelingen rondom 'Horizontaal Toezicht' met de Belastingdienst wordt er gewerkt aan een 'Tax Control Framework'. Inmiddels zijn er gesprekken geweest met de belastingdienst en de accountant om verdere stappen te zetten in de inrichting. Inmiddels zijn er gesprekken geweest met de Belastingdienst en de accountant om verdere stappen te zetten in de inrichting.

 

10. Inkoop en aanbesteding

Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met zowel financiële als juridische gevolgen. Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit. Door het niet juist toepassen van de mogelijkheden worden de voordelen van het aanbesteden niet benut.

 

Beheersmaatregel

De gemeente wordt begeleid door BIZOB. Tevens wordt regelmatig voorlichting gegeven over inkopen en aanbesteden. "Inkoop en aanbesteding" is onderdeel van de verbijzonderde interne controle. Hierbij worden zowel procesgerichte (deelwaarneming) als gegevensgerichte (spendanalyse) controles uitgevoerd. Fouten en/of verbetervoorstellen worden teruggekoppeld.

 

11. GGD Brabant Zuidoost

De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 2.300.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente.

 

Beheersmaatregel

Via de begroting, jaarrekening en rapportages worden de ontwikkelingen periodiek en intensief gevolgd. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur.

 

12. Algemene verordening gegevensbescherming

Gemeenten slaan allerlei persoonsgegevens op. Deze persoonsgegevens zijn vertrouwelijk en moeten goed worden beschermd. In de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), die sinds 25 mei 2018 van kracht is, zijn hiervoor regels vastgesteld. Ook de gemeente moet de AVG naleven. Doet de gemeente dit niet, dan is de Autoriteit Persoonsgegevens bevoegd om corrigerende maatregelen te nemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een waarschuwing of een boete. De AP houdt bij haar beoordeling van de maatregel onder andere rekening met de aard, ernst en duur van de inbreuk, het aantal getroffen betrokkenen en de omvang van de door hen geleden schade. De AP is tot nu toe terughoudend geweest met het opleggen van boetes, maar heeft aangekondigd in 2019 de eerste boetes te verwachten. Deze boetes dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn. De maximale boete is € 20.000.000,-. Ook het niet melden van datalekken kan een boete tot gevolg hebben. Een datalek is het verlies of de ongeoorloofde toegang tot persoonsgegevens. Voorbeelden hiervan zijn het kwijtraken van een USB-stick, een tablet of een laptop waar persoonsgegevens op staan. Een datalek kan ook ontstaan wanneer er een mail met persoonsgegevens naar een verkeerde persoon wordt gestuurd. Datalekken moeten, afhankelijk van het privacyrisico, bij de Autoriteit Persoonsgegevens worden gemeld. De gemeente is verplicht een datalekkenregister bij te houden en aan te kunnen tonen welke maatregelen er genomen zijn om de nadelige gevolgen van het datalek te beperken.

 

Beheersmaatregel

Via presentaties en intranet zijn medewerkers geïnformeerd over de AVG en de gevolgen hiervan voor de eigen werkzaamheden. Al in 2016 is er een verwerkingenregister opgesteld, waarin de verwerkingen van persoonsgegevens zijn opgenomen. Ook zijn we gestart met de uitvoer van Data Protection Impact Assessments (DPIA’s). Dit is een instrument om het privacyrisico van een beoogde gegevensverwerking voor betrokkenen in kaart te brengen. We zijn bezig om met onze verwerkers verwerkersovereenkomsten af te sluiten. Hierin staan afspraken over de maatregelen die verwerkers moeten nemen om de persoonsgegevens van onze burgers passend te beveiligen. Verder hebben we een procedure Beveiligingsincidenten en datalekken, waarmee we borgen dat datalekken juist en tijdig worden gemeld en afgehandeld. In ons datalekkenregister houden we bij welke datalekken er zijn gemeld en hoe we deze hebben gedicht. De gemeente heeft een privacybeheerder die ondersteunt en adviseert bij privacyvraagstukken. Daarnaast heeft de gemeente een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aangesteld die er op toeziet dat de AVG wordt nageleefd. 

 

13. Verkiezingen

In de meerjarenraming is rekening gehouden met de regulier te verwachten verkiezingen. In het geval dat er extra verkiezingen worden uitgeschreven wordt een financieel risico gelopen.

 

Beheersmaatregel

Dit is niet beïnvloedbaar. Als sprake is van tussentijdse verkiezingen zullen deze moeten worden georganiseerd.

 

14. Beveiligingsincident

De Dommelvallei organisaties zijn informatie intensieve organisaties met een primaire focus op de dienstverlening. Deze organisatie kenmerken vragen om een betrouwbare en veilige informatievoorziening. Bij een beveiligingsincident kan er sprake zijn van bedrijfsvoerings- en/of imagoschade. De medewerkers van de gemeente/de organisatie moeten kunnen beschikken over betrouwbare informatie om de klanten optimaal te kunnen helpen en adviseren. Voor een optimale moderne dienstverlening is een koppeling van informatiesystemen noodzakelijk. Bovendien moeten burgers en bedrijven er op kunnen vertrouwen dat hun gegevens in goede handen zijn bij de gemeente. Informatiesystemen zijn het zenuwcentrum geworden van de gemeentelijke organisatie. Kwetsbaarheid van deze systemen en daarmee ook de bescherming van persoonsgegevens vormen een risico. De kans dat er zich een beveiligingsincident voordoet is klein, maar de gevolgen kunnen groot zijn.

 

Beheersmaatregel

In 2015 hebben de vier organisaties (Geldrop-Mierlo, Nuenen, Son en Breugel en Dienst Dommelvallei) het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld. In dit beleid wordt op strategisch en tactisch niveau beschreven welke uitgangspunten gelden ten aanzien van de informatiebeveiliging van de Dommelvallei organisaties. Dit document moet samen met de technische beveiligingsmaatregelen en de procedures een adequaat niveau van beveiliging voor de organisatie opleveren waardoor de kwaliteitskenmerken van informatie, te weten: de beschikbaarheid, de integriteit, de vertrouwelijkheid en de controleerbaarheid van de informatie binnen de organisaties zijn gewaarborgd. De uitrol van dit beleid door middel van een informatiebeveiligingsplan en een plan van aanpak wordt geïnitieerd door Dienst Dommelvallei die hiervoor de beschikking heeft over een CISO. Voor de medewerkers wordt een bewustzijn traject gestart. Gemeenten zijn in 2015 aangesloten bij de IBD VNG en hebben de BIG (Baseline Informatieveiligheid Gemeenten) als norm voor hun informatieveiligheid ingevoerd. Middels de ENSIA zelf-audit worden de nog te nemen maatregelen geïnventariseerd. De ENSIA 2017 wordt door een externe auditor beoordeeld op onderdelen DigiD en Suwinet, de aanbevelingen van deze IT-Audit zijn inmiddels ingevoerd.

 

15. Cybercriminaliteit

Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is anno 2018 veelvoorkomend. Er zijn verschillende vormen van cybercriminaliteit. Een onoplettende medewerker of een goed uitgevoerde vorm van cybercriminaliteit kan leiden tot problemen op financieel gebied, in het verlies van productieve uren of op privacy. Het risico hierop neemt toe (grotere kans), er zijn cyberaanvallen geweest op maritieme doelen en de gezondheidszorg.

 

Beheersmaatregel

De CISO en FG organiseren acties om het bewustzijn rondom cybercriminaliteit binnen de organisaties te verhogen. Soms vindt cybercriminaliteit plaats buiten de invloedssfeer van de medewerker om. Tevens worden medewerkers actief herinnerd aan de gedragscodes omtrent computergebruik en privacywetgeving, naast de gangbare digitale veiligheidsvoorzieningen.

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Beschikbare weerstandscapaciteit
Incidentele weerstandscapaciteit Peildatum 31-12-2018
Primair Algemene risicoreserve 2.681.000 1
Vrij aanwendbaar deel reserve vrije bestedingsruimte 1.938.000 2
Secundair Algemene reserve 1.622.000 1
Stille reserves p.m.
Totaal incidentele weerstandscapaciteit 6.241.000
Structurele weerstandscapaciteit
Primair Post onvoorzien 72.000
Totaal structurele weerstandscapaciteit 72.000
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit 6.313.000

1 Stand 31-12-2018
2 O.b.v. laagste stand meerjarenraming 2019-2022 na verwerking jaarrekening 2017.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Weerstandsvermogen

1 Stand 31-12-2018
2 O.b.v. laagste stand meerjarenraming 2019-2022 na verwerking jaarrekening 2017.

Er is veel meer incidentele capaciteit beschikbaar dan structurele capaciteit. Dit is het aandeel dat in principe jaarlijks kan worden vrijgemaakt voor financiële tegenvallers. De incidentele capaciteit kan slechts eenmaal worden aangesproken en kan pas na aanvulling weer worden gebruikt om volgende tegenvallers te kunnen opvangen. Naast de onderverdeling structureel/incidenteel kan ook nog een onderscheid worden gemaakt in primaire c.q. secundaire buffers. In feite kunnen alleen de algemene risicovoorziening, het vrij aanwendbare deel van de reserve vrije bestedingsruimte en de post onvoorzien tot de primaire buffers worden gerekend. Deze zijn direct inzetbaar voor het afdekken van mogelijke risico’s, zonder verstrekkende gevolgen voor de begroting. De aanwending van de overige posten (secundaire buffers) heeft wel noemenswaardige consequenties (rentederving op de exploitatie, belastingtarieven verhogen).

Weerstandsvermogen
Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt bepaald door de volgende ratio:

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit

De ratio weerstandsvermogen kan als volgt worden vastgesteld:

Ratio weerstandsvermogen =

€ 6.313.000 = 3,52
€ 1.794.128

Geconcludeerd kan worden dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 3,52 meer dan toereikend is om de risico’s op te vangen.

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Financiële kengetallen

Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken.

De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden:

  • netto schuldquote;
  • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
  • solvabiliteitsratio;
  • grondexploitatie;
  • structurele exploitatieruimte;
  • belastingcapaciteit.

Uitgangspunten
Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2018 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2018-2021. De kengetallen voor 2019-2022 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2019-2022.

Omschrijving Realisatie Begroting
2016 2017 2018 2018 2019 2020 2021 2022
Netto schuldquote 17% 17% 4% 31% 28% 50% 34% 37%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 14% 15% 1% 28% 26% 49% 34% 36%
Solvabiliteitsratio 70% 67% 71% 61% 60% 54% 59% 57%
Grondexploitatie 45% 38% 11% 22% 18% 10% -15% -13%
Structurele exploitatieruimte 6% -2% 1% 1% 1% 1% 1% 2%
Belastingcapaciteit 81% 82% 84% 84% 87% 87% 87% 87%

 

Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting.

Netto schuldquote

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).

De nettoschuldquote is in vergelijking met 2017 gedaald. Hoe lager de nettoschuldquote is hoe beter. De nettoschuldquote is vrij laag en kan als goed worden bestempeld.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente.

De financiële weerbaarheid van de gemeente kan met 71% als zeer goed worden bestempeld. Ten opzichte van de realisatie 2017 is er een kleine stijging zichtbaar. Dit komt doordat het eigen vermogen is gestegen en het balanstotaal kleiner is geworden ten opzichte van 2017.


Grondexploitatie

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.

Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek laat de grondexploitatie een forse daling zien. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de bouwgrond in exploitatie afneemt. Dit is een positieve trend, omdat hiermee de grondexploitatierisico’s aanzienlijk dalen.

Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.

In 2018 is de structurele exploitatieruimte 1%. Hiermee kan de structurele exploitatieruimte als voldoende worden bestempeld.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven.

Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Voor de provincies wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van het gemiddelde landelijke gehanteerde tarief voor de opcenten.

De belastingcapaciteit is met 1% gestegen naar 82%. Ondanks de stijging is de belastingcapaciteit behoorlijk lager dan het landelijk gemiddelde dat op 100% is gesteld.

Conclusie
Er is sprake van een forse geprognosticeerde verlaging van de grondpositie in de jaarstukken 2018. De Netto Schuldquote (incl. gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) is op basis van de realisatie fors gedaald. Daarnaast draagt de verkoop van grond bij aan het continueren van de solvabiliteit en aan het verminderen van de grondexploitatierisico’s. Dit is tot uiting gekomen in het solvabiliteitsratio voor de realisatie 2018. In tegenstelling tot 2017 laat 2018 wederom een positief percentage zien met betrekking tot de structurele exploitatieruimte.