Meer
Publicatiedatum: 20-08-2020

Inhoud

Financiële uitgangspunten

Inhoud

Vertrekpunt kadernota

In de planning en control cyclus zijn wij gewend om voorafgaand aan de begroting u een kadernota aan te bieden met daarin opgenomen de uitgangspunten en wensen voor nieuw beleid en aanpassingen van het bestaande beleid

Indexering

Loonkostenindex en materiële kostenindex

Voor de indexering zoeken we aansluiting bij de Macro Economische Verkenning van september 2019. We gebruiken daaruit voor de loonkostenindex de loonvoet sector overheid en voor de materiële kostenindex de prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc). Deze indexen hebben we ook vorig jaar gehanteerd. De gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Brabant Zuidoost, GGD Zuidoost Brabant, Metropoolregio Eindhoven en Omgevingsdienst Zuidoost Brabant gebruiken deze ook.
Voor 2021 e.v. gaan we voor de loonkostenindex uit van 2,8% en voor de materiële kostenindex uit van 1,6%.
Als we deze cijfers tegen het meerjarenperspectief van de vorige begroting afzetten dan geeft dit een daling van de loonkosten van 0,6% en blijven de (materiële) budgetten gelijk. De financiële gevolgen nemen we mee in de begroting. Vanaf 2021 gaan we anders om met de stelpost. Tot nu toe was het gebruikelijk de stelpost te cumuleren. Waarbij het bedrag van het eerste jaar werd bijgeraamd voor de komende jaren. Het cumulatieve deel werd op een stelpost gezet. Nu wordt het begrotingsjaar bijgeraamd en hetzelfde bedrag op de stelpost gezet. Daarmee wordt de stelpost lager in de latere jaren.

Gewogen kostenontwikkeling

Omdat de begroting voor ongeveer de helft bestaat uit salariskosten en voor de helft uit materiële budgetten bestaat, stellen we voor om beide indexen voor 50% mee te laten tellen in de gewogen kostenontwikkeling en deze op 1 cijfer achter de komma af te ronden. Dit resulteert in het volgende percentage:

Tariefopbrengsten / inkomsten 2021 2022 2023 2024
Gewogen kostenontwikkeling 2,20% 2,20% 2,20% 2,20%

De gewogen kostenontwikkeling is dan het percentage dat gebruikt wordt als men bepaalde inkomsten met het inflatiepercentage wil verhogen, zoals OZB-tarieven en leges.
Voor de meerjarenbegroting 2020 – 2023 was het gewogen kostenontwikkeling 2,5%. Voor de begroting 2021 e.v. hanteren we nu 2,2%.

 

Ten opzichte van voorgaande jaren willen we in deze kadernota ook het uitgangspunt vastleggen voor het indexeren van subsidies aan professionele organisaties en niet-professionele organisaties. Gezien de toenemende inflatie en cao-afspraken (professionele organisaties) is het gebruikelijk om de verleende subsidies te verhogen met een index. We stellen voor om het gewogen kostenontwikkeling indexpercentage hiervoor toe te passen.

Overige uitgangspunten

Algemene uitkering

In meerjarenperspectief wordt door het Rijk rekening gehouden met een bepaalde groei van het areaal van elke maatstaf. Voor de berekening van de algemene uitkering in meerjarenperspectief sluiten we hierbij aan.

OZB

Bij de berekening van de ramingen voor de OZB in meerjarenperspectief sluiten we aan bij de toename van de WOZ-waarden gebaseerd op het woningbouwprogramma van onze eigen gemeente.

Kostendekkende tarieven

Voor de tarieven van rioolheffing, afvalstoffenheffing en voor de tarieven van leges hanteren we als uitgangspunt een kostendekkendheid van 100%.

Rekenrente

De rentes voor 2021 berekenen we op basis van de vastgestelde beginsaldi van de balans per 1-1-2020 en de begrote standen per 1-1-2020. Dat betekent dat de rentes zijn berekend bij de jaarstukken 2019 en door uw raad zijn vastgesteld. In de begroting 2021 hanteren we de bij de jaarrekening 2019 vastgestelde rentepercentages.