Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Financiering - Inleiding

Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Son en Breugel de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren.

De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.

 

Interne- en externe ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Financiering - Interne- en externe ontwikkelingen

Extern
Na een periode van renteverlagingen in 2024 en 2025, verhoogde de ECB de rente zowel in juni als in september 2026 met 0,25% naar 2,5% vanwege oplopende inflatie en stijgende energieprijzen.
De vooruitzichten blijven onzeker, met opwaartse risico's voor de inflatie en neerwaartse risico's voor de economische groei.  

Intern
Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV:

Renteschema %
Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond 2,00%
Rente activa en Grex afgerond (omslagrente) 1,50%

* Vanaf 2025 zijn de rentes van activa en grex gelijk aan elkaar, als gevolg van nieuwe BBV-regels (notitie rente).

 

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV:

Stap Renteschema 2027 2028 2029 2030 2031
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.514 1.781 2.036 2.178 2.124
De externe rentebaten -16 -15 -15 -14 -13
1 Saldo rentelasten en rentebaten 1.498 1.766 2.021 2.165 2.111
De rentebaten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -8 -7 -6 -4 -3
De rentelasten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 8 7 6 4 3
2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 0 0 0 0 0
3 Rente over eigen vermogen 0 0 0 0 0
3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) 159 163 166 169 173
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 1+2+3) 1.657 1.928 2.187 2.334 2.284
5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) actieve gronden 94 50 50 55 61
5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) activa 1.499 1.588 1.678 1.704 1.666
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5) 64 290 459 574 557

 

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Financieringsbehoefte

Terug naar navigatie - Financiering - Financieringsbehoefte

Op basis van de begroting 2027 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld.

Boekwaarde 1-1 2027 2028 2029 2030
Activa 101.447 106.020 107.882 123.413
Grondexploitatie -1.448 -1.339 -1.331 -960
Geldleningen OG* -49.449 -43.646 -37.841 -32.035
Reserves en voorzieningen -35.698 -35.376 -34.410 -35.661
Financieringsbehoefte 14.852 25.659 34.300 54.757

* Dit is de huidige leningenportefeuille.


Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren een financieringsbehoefte is tot een maximum van ruim € 54 miljoen. Deze wordt gefinancierd met kasgeld- en langlopende geldleningen.

Beleidsvoornemen financiering.
Financiële instellingen blijven terughoudend met het geven van een rentevisie. Ook BNG publiceert deze sinds enige tijd niet meer. Wij hanteren daarom meer een rentestrategie dan een rentevisie.
Onze strategie is om het renterisico te minimaliseren. Dat doen we door op verschillende momenten (zo nodig) langlopende leningen af te sluiten in de toekomst en door gebruik te maken van een mix van kortlopende en langlopende leningen. Daarmee creëren we ook flexibiliteit in de leningenportefeuille om in te spelen op interne en externe ontwikkelingen, zoals planning van investeringen en grex-projecten.
Ook moeten we rekening houden met de kasgeldlimiet. Deze bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 achtereenvolgende kwartalen bezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Ons uitgangspunt is dat we de overschrijding beperken tot maximaal 2 achtereenvolgende kalenderkwartalen.

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Financiering - Renterisicobeheer

De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Als voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moeten de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.

Stap Omschrijving 2027
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
Omvang begrotingstotaal 58.548
Percentage regeling 8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet 4.977
Vlottende korte schuld
opgenomen gelden < 1 jaar 4.000
Schuld in rekening courant 0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar 41
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0
2 Totaal vlottende korte schuld 4.041
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 9
Tegoeden in rekening courant 910
Overige uitstaande gelden < 1 jaar 0
3 Totaal vlottende middelen 919
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3) 3.122
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) 1.854

Voor 2027 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet om te voorzien in de financieringsbehoefte. De overige financieringsbehoefte wordt gefinancierd door middel van het opnemen van langlopende geldleningen.

 

Renterisiconorm
De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).

 

Stap Omschrijving 2027 2028 2029 2030
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 5.803 5.805 5.806 5.807
3 (1+2) Renterisico 5.803 5.805 5.806 5.807
4 Begrotingstotaal 58.548 58.555 60.380 61.254
5 Percentage regeling 20% 20% 20% 20%
6 (4 x 5) Renterisiconorm 11.710 11.711 12.076 12.251
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) 5.906 5.906 6.270 6.444

 

Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm.

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Financiering - Leningenportefeuille

Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit:

Opgenomen langlopende leningen
Leningverstrekker Looptijd Rente Oorspronkelijk 01/01/2027 31/12/2027
Van t/m
Provincie Noord-Brabant 2018 2033 1,13% 1.014 495 426
Provincie Noord-Brabant 2018 2033 1,18% 357 255 219
BNG 2022 2042 1,72% 14.000 11.200 10.500
BNG 2024 2034 3,08% 20.000 15.000 13.000
BNG 2025 2035 2,77% 10.000 8.500 7.500
BNG 2026 2036 3,13% 10.000 9.500 8.500
BNG 2026 2031 2,89% 5.000 4.500 3.500
Totaal 60.372 49.449 43.646