Voorwoord

Samen werken aan een financieel gezonde gemeente

Voor u ligt de programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 van de gemeente Son en Breugel. Deze structureel sluitende begroting staat in het teken van het versterken van onze financiële positie. Stijgende kosten, onzekerheid over toekomstige Rijksmiddelen en een toenemende druk op onze dienstverlening vragen om keuzes. Want alleen met een gezonde financiële basis kunnen wij onze wettelijke taken blijven uitvoeren, zorgen voor een veilige leefomgeving en inwoners blijven ondersteunen die onze hulp het hardst nodig hebben.

De uitgaven stijgen op dit moment nog steeds sneller dan de inkomsten, waardoor zonder aanvullende maatregelen de structurele tekorten de komende jaren verder oplopen. Het grootste deel van deze groei van de uitgaven concentreert zich binnen jeugdzorg en Wmo. De middelen die wij uit het gemeentefonds ontvangen voor jeugdzorg, zijn ontoereikend om de daadwerkelijke kosten te dekken.

Verzoek aan Rijk om andere verdeelmethodiek gelden jeugdzorg
De huidige verdeelmethodiek van de gelden door het Rijk pakt voor onze gemeente nadelig uit, vooral als het gaat om jeugdzorg. In de methodiek worden huishoudens met een laag inkomen gezien als een voorspeller voor hogere jeugdzorgkosten. Onze gemeente kent relatief gezien weinig huishoudens met een laag inkomen. Dat zorgt ervoor dat de bijdrage die we ontvangen voor jeugdzorg te laag is.
Helaas blijven we verantwoordelijk voor de soms zeer hoge kosten van specialistische jeugdzorg. Dat is bij meerdere gemeenten het geval. Het college heeft samen met andere gemeenten tijdens de algemene ledenvergadering van de VNG op 30 september 2026, een motie ingediend voor andere financiering van specialistische jeugdzorg. Deze is met 97% stemmen voor aangenomen.
Tijdens het VNG-congres heeft het Rijk bij monde van de premier en de minister van Binnenlandse Zaken toegezegd in het voorjaar 2027, na advies van commissie Van Ark, opnieuw naar deze kosten en kostenverdeling te kijken. De premier heeft daarbij aangegeven dat medebewindstaken ook door het Rijk bekostigd moeten worden "zoals aangeven in de Gemeentewet".  Ook de Raad van Openbaar bestuur pleit op dit moment bij het Rijk voor een ander verdeelsysteem. Wij verwachten de komende tijd echter geen extra middelen vanuit het Rijk.

Dienstverlening
Onze organisatie opereert momenteel dicht tegen de grenzen van de beschikbare capaciteit en expertise aan. Tegelijkertijd nemen de omvang en complexiteit van de opgaven toe. Omdat ongeveer 90% van onze werkzaamheden voortvloeit uit wettelijke verplichtingen, is de ruimte om andere accenten te leggen beperkt. Goede interne dienstverlening en dienstverlening aan onze inwoners blijven daarbij een vanzelfsprekend uitgangspunt. Om deze kwaliteit ook in de toekomst te waarborgen, richten we de taken waar mogelijk anders in en benutten we onze beschikbare capaciteit zo goed mogelijk.

Bezuinigingen en verhoging OZB 
Om nu en in de komende jaren een gezonde financiële situatie te realiseren, zijn bezuinigingen op bestaande regelingen noodzakelijk. Daarnaast ontkomen we niet aan een verhoging van de OZB voor woningen en niet-woningen. Daarbij zullen we een groter beroep doen op de zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van inwoners.
Een deel van de verhoging van de OZB zetten wij in voor het versterken van onze financiële (reserve)positie. Een gezonde financiële buffer is nodig om risico's op te vangen en toekomstige investeringen mogelijk te maken. Bijvoorbeeld de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan voor de basisscholen en investeringen in sportvoorzieningen.

Om voor 2027 – 2030 een gezonde financiële basis te krijgen, hanteren we ook komende jaren een aantal uitgangspunten bij het maken van beleidskeuzes. Die zijn:

1. Een structureel sluitende begroting.
2. Het basisniveau van voorzieningen en ondersteuning voor inwoners is op orde.
3. Geen kapitaalvernietiging door al genomen besluiten ter discussie te stellen.
4. Nieuwe feiten en inzichten kunnen leiden tot heroverweging van eerdere besluitvorming.
5. Meer zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van inwoners die hiertoe in staat zijn.
6. Inwoners die ergens baat bij hebben betalen naar draagkracht mee aan de kosten.
7. Organisaties en verenigingen genereren subsidie-inkomsten en cofinanciering waar mogelijk.
8. Bij gebiedsontwikkelingen moeten inkomsten worden gegenereerd om maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk te maken.

Uitgangspunt nummer 5 zal de komende jaren binnen het sociaal domein en onze maatschappelijke ondersteuning een nog sterker leidend principe zijn binnen onze beleidskaders en de uitvoering daarvan.

Met deze begroting leggen wij u een koers voor die vraagt om keuzes en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Van het college, van uw gemeenteraad en van onze gemeenschap. Zo kunnen wij er samen voor zorgen dat Son en Breugel financieel gezond blijft.