3. Samen met onze inwoners voeren we maatregelen uit om waterbeheersing klimaatadaptief te maken.
Binnen het thema water kennen we in Son en Breugel 5 aandachtspunten: hemelwater (extreme buien), hoge grondwaterstanden, verdroging van de bodem, oppervlaktewaterkwaliteit en de inzameling van afvalwater.
Als het gaat om hemelwateroverlast, dan blijven een aantal probleemlocaties onder de aandacht met uitvoering van (nader) onderzoek en, op basis van de uitkomsten van de onderzoeken, het treffen van maatregelen in het openbaar gebied. De grondwaterstand is extreem laag doordat er in de zomer van 2026 erg weinig regen is gevallen. De verdrogingsproblematiek blijft daarom onze aandacht behouden. Wij, inwoners en (agrarische) bedrijven, dragen bij door structureel meer water te onttrekken uit onze bodem dan dat we aanvullen. Daardoor neemt onze drinkwatervoorraad af. Ook blijven we binnen het stroomgebied van de Dommel samenwerken met het Waterschap en andere gemeentes om de waterkwaliteit van de Dommel te verbeteren. Naast deze gezamenlijke aanpak blijft de nadruk in 2027 ook liggen op de individuele mogelijkheden waar de gemeente nog kan bijdragen aan de Kaderrichtlijn-Water-doelstellingen. Inzameling van huishoudelijk afvalwater behoudt onze aandacht door doelmatig beheer en onderhoud van het rioolsysteem.
Naast de maatregelen die we willen treffen om probleemlocaties klimaatbestendig in te richten, blijven we inzetten op afkoppelen. Afkoppelen in combinatie met het creëren van waterberging heeft als voordeel dat we:
- extreme buien beter kunnen opvangen, waardoor we overlast en schade verminderen;
- minder water uit het riool overstorten in de Dommel en zo de oppervlaktewaterkwaliteit kunnen verbeteren;
- meer water de grond in krijgen in een verdrogende bodem.
Bij nieuwbouw en herinrichtingsprojecten koppelen we als gemeente af en vragen we inwoners, projectontwikkelaars en bedrijven dat ook te doen. In de bestaande bouw hebben we de hulp van onze inwoners nodig. Bewoners en bedrijven stimuleren we met een subsidie om schoon regenwater dat op het verhard oppervlak (verhardingen en daken) van hun eigen perceel valt, af te koppelen van het gemengd rioolstelsel. Door panden en verhardingen af te koppelen van het riool, hoeft er per saldo minder geïnvesteerd te worden in verzwaring en uitbreiding van het rioolstelsel.