Lokale heffingen

Beleid

Terug naar navigatie - Beleid

Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan:

  • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
  • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur);
  • de Invorderingswet 1990;
  • de Gemeentewet;
  • diverse Uitvoeringsbesluiten.

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid voor de burger te voorkomen.

Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen.
  • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies.
  • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren.

In overeenstemming met de beleidsuitgangspunten, bepaald in de Kadernota, worden de tarieven voor 2025 als volgt aangepast:

  • Voor de OZB zijn de tarieven verlaagd om de waardeontwikkeling te compenseren. Daarna wordt voorgesteld om een inflatiecorrectie van 3,3% toe te passen. Als extra stap wordt voorgesteld om tarieven dusdanig te verhogen dat dit € 400.000 aan inkomsten genereert.  Hiervoor wordt het OZB tarief woningen met 5,82%, voor niet-woningen eigenaren met 8,16% en voor niet-woningen gebruikers met 7,23% verhoogd. 
  • Leges en tarieven worden verhoogd met de inflatiecorrectie (3,3%).
  • De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2025-2028. Het tarief voor de rioolheffing is gebaseerd op het Programma Water en Riolering 2023-2027 (PWR). 
  • De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn verhoogd met gemiddeld 2,2%. Deze stijging wordt in deze paragraaf onder afvalstoffenheffing nader toegelicht.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Terug naar navigatie - Onroerendezaakbelastingen (OZB)

We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen:

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak (die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom) bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
  • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt.

De maximaal verwachte opbrengst OZB wordt als percentage van de totale WOZ-waarden (rekening houdend met areaaluitbreiding en waardestijging) van alle onroerende zaken in Son en Breugel uitgedrukt. Dit percentage is bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB.

De tarieven voor 2025 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing. Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt in december 2024 aangeboden aan de raad.

De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2025 (voorlopige stand per 1 september 2024) is ten opzichte van de werkelijke WOZ-waarde over 2024 als volgt:

Omschrijving 2024 2025
Totale waarde woningen 3.642.000.000 4.019.000.000
Totale waarde niet-woningen 789.000.000 831.000.000

De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief.

In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2024 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is.

Belastingsoort Aanslagwaarde Ons tarief Opbrengst Kortingstarief Korting Saldo
OZB eigenaren woningen 3.642.000.000 0,0770% 2.804.340 0,07120% 2.593.104 211.236
OZB gebruikers niet-woningen 670.000.000 0,1644% 1.101.480 0,15617% 1.046.339 55.141
OZB eigenaren niet-woningen 789.000.000 0,1996% 1.574.844 0,20531% 1.619.896 - 45.052
5.480.664 5.259.339 221.325

 

De ramingen voor de baten OZB 2025 zijn als volgt:

 

Omschrijving 2025
Eigenaren woning 3.161.995
Eigenaren niet-woning 1.743.718
Gebruikers niet-woning 1.317.412

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Afvalstoffenheffing

De gemeente is verplicht om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.
Om de afvalkosten kostendekkend te houden, stijgt in 2025 het tarief van eenpersoonshuishoudens van € 267,00 naar € 272,88 en het tarief van meerpersoonshuishoudens van € 334,68 naar € 342,12.

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Rioolheffing

Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. In de raadsvergadering van 7 februari 2019 heeft de gemeenteraad besloten om vanaf 1 januari 2020 de rioolheffing te differentiëren. De differentiatie bestaat uit een afvalwater- en hemelwatercomponent. De afvalwaterheffing is een gebruikersheffing. De hemelwaterheffing is een eigenarenheffing. De hemelwaterheffing is een heffing met een vast bedrag van € 50 tot en met 2034. Doel van de differentiatie van de rioolheffing en het invoeren van de hemelwaterheffing is om bewoners en bedrijven mee te laten werken aan het klimaatbestendig maken van hun omgeving en goed gedrag te belonen in de vorm van een financieel voordeel. 

De rioolheffing bestaat vanaf 2020 uit een eigenarenheffing en een gebruikersheffing:

  1. Een vast bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (woningen).
  2. Een gestaffeld bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (niet-woningen).
  3. Een vast bedrag voor hemelwater voor de eigenaar van een perceel waarvan hemelwater in het gemengde riool wordt geloosd.

De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. In Son en Breugel is 100% kostendekkendheid uitgangspunt voor de berekening van de tarieven. De noodzakelijke verbeteringen en vervangingen van het rioolstelsel zijn systematisch in beeld gebracht. De hieruit voortvloeiende lasten zijn opgenomen binnen de tariefberekeningen. Voornoemde verbeteringen en investeringen zijn opgenomen in het Programma Water en Riolering 2023-2027.

Ten opzichte van vorig jaar is de rente op de investeringen gedaald. De extreme neerslag in mei heeft aangetoond dat er locaties in Son en Breugel zijn die ernstige gevolgen ondervinden van het veranderende klimaat. In de begroting hebben we extra budget gereserveerd om maatregelen te treffen om waterschade in de toekomst te voorkomen of  te beperken. De totale kosten zijn in 2025 hoger dan de baten, waardoor een stijging van de rioolheffing (9,6%) noodzakelijk is. De overige kosten verhalen we op de rioolvoorziening.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing

Terug naar navigatie - Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstellingen worden gehanteerd.

Onderstaande overzichten geven per heffing de totale lasten, de totale baten en het dekkendheidspercentage weer.

Dekkendheid afvalstoffenheffing 2025
Afval taakveld 7.3
Lasten milieustraat 436.688
Lasten overige afvalstromen 1..629.795
Kapitaallasten 78.809
Mutatie voorziening 44.816
Totaal kosten afval taakveld 7.3 2.190.108
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 136.940
Kwijtschelding taakveld 6.3 50.000
BTW taakveld 0.11* 397.445
Totaal toerekenbaar 584.385
Totaal lasten 2.774.493
Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3 2.421.592
Baten milieustraat 91.435
Baten overige afvalstromen 261.466
Baten totaal 2.774.493
Dekkendheidpercentage afval 100%

 

* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

 

Dekkendheid rioolheffing 2025
Riolering taakveld 7.2
Beheer en onderhoud riolering 978.363
Kapitaallasten 339.639
Mutatie voorziening -181.286
Totaal kosten riolering taakveld 7.2 1.136.716
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 210.576
Kwijtschelding taakveld 6.3 28.000
Straatreiniging taakveld 2.1 121.177
Watertaken taakveld 5.7 66.262
BTW taakveld 0.11 237.135
Totaal toerekenbaar 663.150
Totaal lasten 1.799.867
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2 1.799.867
Baten totaal 1.799.867
Dekkendheidpercentage riool 100%

 

* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

Leges

Terug naar navigatie - Leges

Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die we heffen, verhogen we in principe jaarlijks met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moeten we rekening houden met van Rijkswege gestelde maximumtarieven.
Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen streven we naar een 100% kostendekkend tarief.

Kostendekkendheid leges
Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden.

Per hoofdstuk in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn. Tussen afzonderlijke paragrafen binnen een hoofdstuk mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaalde paragraaf, mogen kosten binnen een andere paragraaf compenseren.

In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij hebben we rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening -330.291 368.050 377.399 130.785 38%
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet -765.371 413.721 424.230 196.951 74%
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 -2.367 27.703 28.407 - 4%
Totaal -1.098.029 809.474 830.036 327.736 56%

Overige belastingen

Terug naar navigatie - Overige belastingen

Marktgelden
Marktgelden heffen we van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt.
Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. We hebben het tarief verhoogd met de inflatiecorrectie (3,3%).

Precariorechten
In 2006 is notitie “Terrassenbeleid Son en Breugel” vastgesteld. Conform deze notitie hebben we dit tarief verhoogd met de inflatiecorrectie (3,3%). 

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Kwijtscheldingsbeleid

De gemeente is op grond van de Gemeentewet en Invorderingswet bevoegd kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Met het oog op de administratieve lastenverlichting voor de inwoners toetsen wij bij het inlichtingenbureau als er eerder kwijtschelding is verleend of er geen belemmeringen zijn. Bij geen belemmering verlenen wij automatische kwijtschelding.

De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid:

  • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend.
  • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet.

Inwoners kunnen kwijtschelding aanvragen voor de volgende heffingen:

  • onroerendezaakbelastingen;
  • afvalstoffenheffing;
  • rioolheffing.

 

Overzicht tarieven

Terug naar navigatie - Overzicht tarieven
2023 2024 2025
OZB Eigenaar Woning 0,0754% 0,0770% 0,0792%
OZB Eigenaar Niet-woning 0,1954% 0,1996% 0,2155%
OZB Gebruiker Niet-woning 0,1610% 0,1644% 0,1760%
Afvalstoffenheffing 1-persoonshh 266,64 267,00 272,88
Afvalstoffenheffing meer-pers.hh 325,80 334,68 342,12
Reinigingsrechten 345,00 363,00 387,36
Rioolheffing woningen (afgekoppeld) 149,76 159,84 180
Rioolheffing woningen (niet-afgekoppeld) 199,76 209,84 230

 

Vergelijking buurgemeenten
In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2024 (afgerond op hele euro's).

 

Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning 0.0770% 0,1058% 0,0937% 0,0841% 0,0659%
OZB Eig. niet-woning 0,1966% 0,2436% 0,2961% 0,2186% 0,1834%
OZB Gebr. niet-won. 0,1644% 0,1955% 0,2092% 0,1757% 0,1490%
OZB woning 420 591 430 392 311
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden) 335 303 322 369 358
Rioolheffing 210 207 192 190 199
Woonlasten (OZB woning + Afval + Riool) 965 1.102 944 951 869

 

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk).

Ontwikkeling lokale lastendruk

Jaar 2023 2024 2025
WOZ-waarde 442.000 455.440 484.310
Wijziging WOZ-waarde 16,62% 3,04% 6,34%
OZB 333 350 384
Afvalstoffenheffing (meerpersoons) 326 335 342
Rioolheffing (afvalwater) 150 160 180
Rioolheffing (hemelwater) #) 50 50 50
Totaal ##) 859 895 956
% wijziging lasten t.o.v. t-1 7,24% 4,19% 6,82%


#): Vanaf 2020 is de rioolheffing gedifferentieerd. Het hemelwater tarief wordt opgelegd aan eigenaren van objecten die niet zijn afgekoppeld. Wanneer er vanaf een perceel geen hemelwater wordt geloosd op het gemengde rioolstelsel wordt deze belasting niet geheven. Op deze manier hebben eigenaren zelf invloed op de totale lastendruk.
##) De totale lastendruk 2024 is niet gelijk aan de totale lastendruk 2024 in het rapport van COELO hierboven. Dit komt omdat COELO om een landelijke vergelijking te kunnen maken van andere gemiddelde WOZ-waarden bij OZB en andere gemiddelde aantal ledigingen bij afvalstoffenheffing uitgaat.