Centrum voor Maatschappelijke Deelname (CMD)
Het CMD blijft de komende jaren in ontwikkeling. De doorontwikkeling en verbeteracties in het Plan van Aanpak CMD worden in het voorjaar opgeleverd. Dan zijn de aanbevelingen van de rekenkamercommissie gerealiseerd. Dit leidt tot meer efficiëntie, zowel in de processen als in de dienstverlening. De financiële huishouding is transparant en op basis van actuele data kan snel worden bijgestuurd.

Het toegangsteam van het CMD beschikt over hoogwaardige expertise die meteen kan worden ingezet bij ondersteuningsvragen van inwoners. Door middel van enkele gesprekken worden inwoners die zelfredzaam zijn in hun kracht gezet. Voor inwoners die ondersteuning nodig hebben en niet beschikken over een sociaal netwerk worden maatwerkvoorzieningen ingezet.

 

Verhuizing CMD
In het voorjaar verhuist het CMD naar de nieuwe locatie aan de Heistraat. Dit zal de drempel van het CMD verder verlagen, leiden tot meer privacy en een algehele verbetering van de dienstverlening aan inwoners die een beroep doen op het Sociaal Domein.

 

Inbesteding jeugdconsulenten
De jeugdconsulenten die zich overwegend bezig houden met wettelijke taken als casusregie en het stellen van indicaties, nemen we over van de netwerkpartners en brengen we onder in de gemeentelijke organisatie. Hiermee komen deze medewerkers, evenals andere consulenten die wettelijke taken uitvoeren (zoals bijvoorbeeld de Wmo-consulenten), onder directe aansturing van de gemeentelijke organisatie.  Dit voorkomt onduidelijkheden in de rol- en taakverdeling en bevordert een efficiënte dienstverlening. Deze inbesteding is in zoverre budgetneutraal dat de kosten voor deze medewerkers worden overgeheveld van de subsidiemiddelen naar het gemeentelijk personeelsbudget. Deels realiseren we hiermee ook een kostenbesparing.

 

Heroriëntatie op de netwerkorganisatie
De netwerkorganisatie CMD bestaat momenteel (inclusief de gemeente) uit 7 netwerkpartners. We onderzoeken of we bepaalde disciplines, die we nu bij meerdere organisaties afnemen, kunnen onderbrengen bij één netwerkpartner. Dit leidt tot minder verschillende subsidiestromen, minder aansturingsrelaties en een overzichtelijker speelveld. Hiermee wordt ambtelijke capaciteit bespaard en zullen ook de overheadkosten in de subsidiegeldstromen afnemen.