Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Inleiding

Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen.

Vanaf 1-1-2024 is de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen met inbegrip van kwijtschelding via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) onder gebracht bij de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB).

De eerste 2 jaar van deze samenwerking hebben met name in het teken gestaan van het verbeteren van de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Het algemeen oordeel luidde dat deze uitvoering "op onderdelen verbeterd moest worden" en inmiddels is het oordeel positief bijgesteld. Het algemeen oordeel van de Waarderingskamer luidt nu dat de uitvoering van de Wet WOZ "voldoende" is.  

Beleid

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Beleid

Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan:

  • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
  • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur);
  • de Invorderingswet 1990;
  • de Gemeentewet;
  • diverse uitvoeringsbesluiten.

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid te voorkomen.

Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen;
  • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies;
  • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren.

In overeenstemming met de beleidsuitgangspunten, bepaald in de Kadernota, zijn de tarieven over 2025 als volgt aangepast:

  • Bij de OZB is 3,3% inflatiecorrectie toegepast en er is via extra OZB-verhoging een extra OZB-opbrengst geraamd van € 400.000. Bij de berekening van het tarief is rekening gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling;
  • Leges en tarieven zijn verhoogd met de inflatiecorrectie (3,3%);
  • De tarieven voor afvalstoffenheffing en de rioolheffing is gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2025-2028. 

Definitieve (formele) vaststelling van de diverse belastingtarieven vond plaats door vaststelling van de belastingverordeningen tijdens de behandeling in de raadsvergadering van 7 november 2024. Voor de OZB geldt dat de tarieven in de verordening in de raad van 12 december 2024 zijn vastgesteld.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Onroerendezaakbelastingen (OZB)

We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB):

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
  • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Afvalstoffenheffing

De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.

Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval.

Rioolheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Rioolheffing

Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. We streven er naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.

Per 1 januari 2020 is de gedifferentieerde rioolheffing ingevoerd. De differentiatie bestaat uit een afvalwater- en hemelwatercomponent. De afvalwaterheffing is een gebruikersheffing. De hemelwaterheffing is een eigenarenheffing. De hemelwaterheffing is een heffing met een vast bedrag van € 50,-. Doel van de differentiatie van de rioolheffing en het invoeren van de hemelwaterheffing is om bewoners en bedrijven mee te laten werken aan het klimaatbestendig maken van hun omgeving en goed gedrag te belonen in de vorm van een financieel voordeel.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren.


Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde dekkendheidspercentage weergegeven.

Dekkendheid rioolheffing 2025
Riolering taakveld 7.2
Beheer en onderhoud riolering 837.127
Kapitaallasten 304.159
Mutatie voorziening -14.970
Totaal kosten riolering taakveld 7.2 1.126.316
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 205.274
Kwijtschelding taakveld 6.3 26.757
Straatreiniging taakveld 2.1 149.293
Watertaken taakveld 5.7 93.639
BTW taakveld 0.11 200.732
Totaal toerekenbaar 675.695
Totaal lasten 1.802.011
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2 1.781.573
Overige opbrengsten taakveld 7.2 20.438
Baten totaal taakveld 7.2 1.802.011
Dekkendheidpercentage riool 100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.
Dekkendheid afvalstoffenheffing 2025
Afval taakveld 7.3
Lasten milieustraat 479.135
Lasten overige afvalstromen 1.559.837
Kapitaallasten 27.231
Mutatie voorziening* 263.748
Totaal kosten afval taakveld 7.3 2.329.951
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 135.964
Kwijtschelding taakveld 6.3 46.451
BTW taakveld 0.11** 389.624
Totaal toerekenbaar 572.039
Totaal lasten 2.901.990
Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3 2.414.787
Baten milieustraat 144.959
Baten overige afvalstromen 342.244
Baten totaal 2.901.990
Dekkendheidpercentage afval 100%

Kostendekkendheid leges

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kostendekkendheid leges

Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven.


Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief.

Kostendekkendheid leges

Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden.

Per hoofdstuk van de legesverordening 2025, is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len). Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren.

In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per paragraaf de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.

De salarislasten en overhead in Hoofdstuk 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand -24.166 36.221 37.141 1.797 32%
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten -259.887 96.589 99.042 138.638 78%
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen -56.451 76.466 78.408 14.027 33%
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen -15.814 36.221 37.141 157 22%
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie 0 8.049 8.254 4.529 0%
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken -34.918 40.425 41.268 27.327 32%
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief 0 8.049 8.254 0 0%
Paragraaf 1.9 Huisvestingswet 0 0 0 0 0%
Paragraaf 1.9 Leegstandswet 0 8.049 8.254 0 0%
Paragraaf 1.9 Kansspelen 0 12.704 12.380 0 2%
Paragraaf 1.9 Telecommunicatie, kabels en leidingen -107.693 8.049 8.254 0 661%
Paragraaf 1.9 Verkeer en vervoer -488 12.704 12.380 0 2%
Paragraaf 1.10 Kinderopvang 0 8.049 8.254 0 0%
Paragraaf 1.10 Diversen -5.818 24.147 24.761 2.950 11%
Totaal hoofdstuk 1 -505.234 374.282 383.789 189.425 53%

De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst. 

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen 0 0 0 0 0%
Paragraaf 2.2 Voorfase -37.007 0 0 146.199 25%
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken -437.368 467.829 479.712 0 46%
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed 0 0 0 0 0%
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten 0 0 0 0 0%
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten 0 0 0 0 0%
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten 0 0 0 0 0%
Totaal hoofdstuk 2 -474.375 467.829 479.712 146.199 43%

De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Paragraaf 3.1 Horeca -2.493 8.049 8.254 0 15%
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven 0 0 0 0 0%
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet 0 8.049 8.254 0 0%
Paragraaf 3.4 Organiseren evenementen of markten 0 0 0 0 0%
Paragraaf 3.5 Standplaatsen 0 8.049 8.254 0 0%
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap]
Paragraaf 3.7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 0 4.025 4.127 0 0%
Totaal hoofdstuk 3 -2.493 28.172 28.887 0 4%
Totaal hoofdstuk 1,2 en 3 -982.102 870.283 892.388 335.624 47%

Marktgelden

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Marktgelden

Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt.

Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. Het tarief is in 2025 verhoogd met de inflatiecorrectie.

Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen

Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding.


De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid:

  • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend;
  • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan.

Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen:

  • OZB;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing.

Overzicht tarieven

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Overzicht tarieven
2023 2024 2025
OZB Eigenaar Woning 0,0754% 0,0770% 0,0786%
OZB Eigenaar Niet-woning 0,1954% 0,1996% 0,2054%
OZB Gebruiker Niet-woning 0,1610% 0,1644% 0,1677%
Afvalstoffenheffing 1-persoonshh 266,64 267,00 272,88
Afvalstoffenheffing meer-pers.hh 325,80 334,68 342,12
Reinigingsrechten 345,00 363,00 387,36
Rioolheffing t/m 500m3 woningen afgekoppeld 149,76 159,84 180,00
Rioolheffing t/m 500m3 woningen niet afgekoppeld 199,76 209,84 230,00

Vergelijking buurgemeenten

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Vergelijking buurgemeenten

In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2025 (afgerond op hele euro's).

Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best Geldrop-Mierlo
OZB eigenaar woning 0,0786% 0,1039% 0,0905% 0,0803% 0,0648%
OZB eigenaar niet-woning 0,2054% 0,2377% 0,2942% 0,2612% 0,1876%
OZB gebruiker niet-woning 0,1677% 0,1907% 0,2069% 0,2038% 0,1524%
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden) 342 305 332 389 407
Rioolheffing 230 214 197 198 202

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde.

Ontwikkeling lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Lokale heffingen - Ontwikkeling lokale lastendruk
Jaar 2023 2024 2025
WOZ-waarde 442.000 455.000 483.000
Wijziging WOZ-waarde 16,62% 3,00% 6,10%
OZB 333 350 380
Afvalstoffenheffing (meerpersoons) 326 335 342
Rioolheffing (gebruiker) 150 160 180
Rioolheffing (eigenaar) 50 50 50
Totaal 859 895 952
% wijziging lasten t.o.v. t-1 7,24% 4,19% 6,37%