De commissie BBV heeft in december 2025 een stellige uitspraak gedaan waarbij de pensioenen qua waardering gelijk worden gesteld aan de prognose van het uitgevoerde onderzoek (benodigd vermogen op 1 januari 2025 op basis van inkoop Wtp bij ABP) en rekening te houden met de verplichtingen over 2025. Dit bedrag dient jaarlijks herzien te worden tot het moment van overdracht aan het ABP welke momenteel voorzien is op 1 januari 2028. De voorziening in deze jaarrekening is op basis van deze stellige uitspraak gewaardeerd.
Als gevolg van deze jaarlijkse herziening is het mogelijk dat de benodigde bedragen voor de waardeoverdracht naar het ABP per 1 januari 2025 fluctueren. De omvang van de voorziening wordt bijvoorbeeld bepaald door de hoogte van de rente. Een hogere rente betekent een lagere benodigde voorziening hetgeen zorgt voor een vrijval uit de voorziening. Een lagere rente heeft een tegenovergesteld effect.
Op basis van een onderzoek waar wij in 2025 aan mee hebben gedaan is gebleken dat onze huidige voorziening op 2 aspecten te laag is. Ook het partnerpensioen zal overgedragen moeten worden aan het ABP en het ABP rekent met een dekkingsgraad. Deze dekkingsgraad was ten tijde van het onderzoek 15,2% hoger dan onze 100% dekking. Vanwege deze 2 aanpassingen hebben we nu een forse extra storting in deze voorziening moeten doen. Het gaat om een bedrag van € 708.000,- die bovenop de reguliere storting van € 50.000,- is gedaan. De onttrekking van € 23.000,- heeft betrekking op de uitbetaalde pensioenen aan ex-wethouders in 2025.
De extra storting van € 708.000,- heeft niet in volle omvang een negatief effect op het jaarrekeningresultaat 2025. Dit omdat het bedrag wat in de reserve Wet toekomst pensioenen zat (€ 193.000,-) als dekking is ingezet.