Meer
Publicatiedatum: 14-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Financiering

Inleiding

Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Son en Breugel de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.

Interne- en externe ontwikkelingen

Extern
Rentevisie: De ECB zal vanwege de gematigde inflatieverwachtingen een ruim monetair beleid blijven voeren. De officiële tarieven zullen het komende jaar ongewijzigd blijven. De lange rentetarieven zullen mede onder invloed van een aantrekkende inflatie naar verwachting wat gaan oplopen.

Intern
Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV:

Renteschema %
Bespaarde rente over reserves 1,22%
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond 2,00%
Rente grondexploitatie 0,37%
Rente activa 2,00%

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV:

Renteschema 2019 2020 2021 2022
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering 81 45 32 25
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie 0 0 0 0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden 0 0 0 0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig 0 0 0 0
De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering 47 153 96 112
De externe rentebaten -36 -19 -22 -21
Saldo rentelasten en rentebaten 92 179 106 115
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -35 -19 13 11
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0 0 0 0
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0 0 0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -35 -19 13 11
Rente over eigen vermogen 440 407 394 384
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 496 568 512 510
De aan taakvelden toegerekende rente -431 -510 -529 -523
Renteresultaat op het taakveld treasury 66 58 -16 -13

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijv. ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Financieringsbehoefte

Op basis van de begroting 2019 wordt een meerjaren financieringsbehoefte opgesteld.

Boekwaarde 1-1 2019 2020 2021 2022
Activa 43.849 51.228 52.976 52.393
Grondexploitatie 7.916 3.426 -5.138 -4.646
Geldleningen OG -6.592 -2.940 -2.478 -2.215
Reserves en voorzieningen -39.368 -37.586 -36.250 -35.078
Financieringsbehoefte 5.805 14.129 9.110 10.455

Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren geen langlopende financiering nodig is.

Beleidsvoornemen financiering.
Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien de rentevisie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de rente dit jaar laag blijft en komende jaren licht kan gaan oplopen, kan voorlopig aan deze strategie worden vastgehouden. Zodra de rentevisie wijzigt en uitgaat van een stijgende rente op korte termijn, kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.

Renterisicobeheer

De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.

Stap Omschrijving 2019
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
Omvang begrotingstotaal 47.064
Percentage regeling 8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet 4.000
Vlottende korte schuld
opgenomen gelden < 1 jaar 1=""> 6.000
Schuld in rekening courant 0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar 1=""> 12
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0
2 Totaal vlottende korte schuld 6.012
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 1
Tegoeden in rekening courant 457
Overige uitstaande gelden < 1 jaar 1=""> 2.090
3 Totaal vlottende middelen 2.549
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3) 3.463
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) 537

Voor 2019 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet

Renterisiconorm
De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).

Stap Omschrijving 2019 2020 2021 2022
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 4.413 461 249 251
3 (1+2) Renterisico             4.413                 461                 249                 251
4 Begrotingstotaal 47.064 35.113 34.492 34.904
5 Percentage regeling 20% 20% 20% 20%
6 (4 x 5) Renterisiconorm 9.413 7.023 6.898 6.981
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) 5.000 6.561 6.649 6.730

Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm.

Leningenportefeuille

Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit:

Opgenomen langlopende leningen
Looptijd
Leningverstrekker van t/m Rente Oorspronkelijk 1-1-2019 31-12-2019
BNG 1993 2018 4,12% 4.538 0 0
BNG 1997 2022 5,84% 2.269 363 272
BNG 1996 2021 3,98% 209 42 28
BNG 2005 2020 3,20% 3.000 400 200
BNG 2015 2019 0,93% 4.000 4.000 0
BNG 2018 2020 0,93% 0 0 0
Provincie Noord-Brabant 2018 2033 1,13% 1.014 1.014 952
Provincie Noord-Brabant 2018 2033 1,18% 761 761 714
Provincie Noord-Brabant 2019 2034 1,28% 507 0 507
Provincie Noord-Brabant 2019 2034 1,33% 254 0 254
Totaal 16.552 6.580 2.927