Meer
Publicatiedatum: 19-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiering

Inleiding

Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Son en Breugel de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren.

De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-.

 

Interne- en externe ontwikkelingen

Extern
De ECB zal het monetaire beleid naar verwachting verder verruimen. De lange rentetarieven blijven daardoor op zeer lage niveaus

Intern
Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV:

Renteschema %
Bespaarde rente over reserves 1,22%
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond 2,00%
Rente grondexploitatie 0,24%
Rente activa 1,00%

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV:

Renteschema 2020 2021 2022 2023
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering 45 33 25 22
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie 0 0 0 0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden 0 0 0 0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig 28 26 24 20
De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering 54 94 109 105
De externe rentebaten -28 -22 -21 -20
Saldo rentelasten en rentebaten 98 131 137 127
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -8 0 0 0
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -28 -26 -24 -20
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0 0 0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -36 -26 -24 -20
Rente over eigen vermogen 443 424 414 408
Rente over voorzieningen 39 39 40 41
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 544 568 567 556
De aan taakvelden toegerekende rente -544 -568 -567 -556
Renteresultaat op het taakveld treasury 0 0 0 0

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Financieringsbehoefte

Op basis van de begroting 2019 wordt een meerjaren financieringsbehoefte opgesteld.

Boekwaarde 1-1 2020 2021 2022 2023
Activa 55.370 57.675 57.500 56.346
Grondexploitatie 333 -2.781 -4.478 -4.489
Geldleningen OG -2.927 -2.466 -2.202 -1.951
Reserves en voorzieningen -38.999 -37.447 -36.426 -36.076
Financieringsbehoefte 13.777 14.982 14.394 13.830

Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren langlopende financiering nodig is van € 14 miljoen.

Beleidsvoornemen financiering.
Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien de rentevisie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de rente dit jaar laag blijft en komende jaren licht kan gaan oplopen, kan voorlopig aan deze strategie worden vastgehouden. Zodra de rentevisie wijzigt en uitgaat van een stijgende rente op korte termijn, kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.

Renterisicobeheer

De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.

Stap Omschrijving 2020
Bepalen toegestane kasgeldlimiet
Omvang begrotingstotaal 43.938
Percentage regeling 8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet 3.735
Vlottende korte schuld
opgenomen gelden < 1 jaar 1=""> 0
Schuld in rekening courant 0
Gestorte gelden door derden < 1 jaar 1=""> 12
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0
2 Totaal vlottende korte schuld 12
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 1
Tegoeden in rekening courant 2.193
Overige uitstaande gelden < 1 jaar 1=""> 2
3 Totaal vlottende middelen 2.196
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3) -2.184
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4) 5.918

Voor 2020 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet

Renterisiconorm
De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder).

Stap Omschrijving 2020 2021 2022 2023
1 Renteherzieningen 0 0 0 0
2 Aflossingen 461 264 249 162
3 (1+2) Renterisico 461 264                 249                 162
4 Begrotingstotaal 43.938 38.464 36.132 36.964
5 Percentage regeling 20% 20% 20% 20%
6 (4 x 5) Renterisiconorm 8.788 7.693 7.226 7.393
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) 8.326 7.429 6.975 7.231

Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm.

Leningenportefeuille

Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit:

Opgenomen langlopende leningen
Looptijd
Leningverstrekker van t/m Rente Oorspronkelijk 1-1-2020 31-12-2020
BNG 1997 2022 5,84% 2.269 272 182
BNG 1996 2021 3,98% 209 28 14
BNG 2005 2020 3,20% 3.000 200 0
Provincie Noord-Brabant 2018 2033 1,13% 1.014 952 889
Provincie Noord-Brabant 2018 2033 1,18% 761 714 667
Provincie Noord-Brabant 2019 2034 1,28% 507 507 476
Provincie Noord-Brabant 2019 2034 1,33% 254 254 238
Totaal 8.014 2.927 2.466