Meer
Publicatiedatum: 05-06-2020

Inhoud

Lokale heffingen

Inhoud

Inleiding

Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen.

Beleid

Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan:

  • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR);
  • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur);
  • de Invorderingswet 1990;
  • de Gemeentewet;
  • diverse uitvoeringsbesluiten.

De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen;
  • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies;
  • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren.

In overeenstemming met deze beleidsuitgangspunten zijn de tarieven over 2019 als volgt aangepast:

  • De tarieven van de OZB zijn naast de inflatiecorrectie met 2,5% verhoogd. Daarnaast is bij de berekening van het tarief rekening gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling;
  • Leges en tarieven in de tarieventabel worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 2,1%;
  • De tarieven voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2018-2021.

Definitieve (formele) vaststelling van de diverse belastingtarieven heeft plaats gevonden door
vaststelling van de belastingverordeningen tijdens de behandeling in de raadsvergadering van 8 november 2018.

Onroerendezaakbelastingen (OZB)

We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB):

  • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
  • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

De tarieven voor 2019 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvende opbrengst. De inflatiecorrectie, areaaluitbreiding en de tariefaanpassing van 2,5% leiden tot een hogere opbrengst.

Afvalstoffenheffing

De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.

Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval.

De tarieven voor afvalstoffenheffing zijn in 2019 gestegen met 5,5%.

Rioolheffing

Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. We streven er naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren.
Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde dekkendheidspercentage weergegeven.

Dekkendheid rioolheffing 2019
Riolering taakveld 7.2
Beheer en onderhoud riolering 790.419
Kapitaallasten 199.647
Mutatie voorziening -173.894
Totaal kosten riolering taakveld 7.2 816.172
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 163.730
Kwijtschelding taakveld 6.3 28.856
Straatreiniging taakveld 2.1 61.111
Watertaken taakveld 5.7 29.578
BTW taakveld 0.11* 153.315
Totaal toerekenbaar 436.590
Totaal lasten 1.252.762
Opbrengst rioolheffing 1.203.168
Overige opbrengsten 49.594
Baten totaal taakveld 7.2 1.252.762
Dekkendheidpercentage riool 100%
*De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.
Dekkendheid afvalstoffenheffing 2019
Afval taakveld 7.3
Lasten milieustraat 390.717
Lasten overige afvalstromen 919.200
Kapitaallasten 4.062
Mutatie voorziening 35.781
Totaal kosten afval taakveld 7.3 1.349.761
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden
Overhead taakveld 0.4 84.823
Kwijtschelding taakveld 6.3 34.539
BTW taakveld 0.11 237.920
Totaal toerekenbaar 357.282
Totaal lasten 1.707.042
Baten afvalstoffenheffing 1.377.772
Baten milieustraat 61.302
Baten overige afvalstromen 267.968
Baten totaal taakveld 7.3 1.707.042
Dekkendheidpercentage afval 100%

Kostendekkendheid leges

Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven.
Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief.

Kostendekkendheid leges

Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden.

Per hoofdstuk van de legesverordening 2019, is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len). Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren.

In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per titel de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.

De salarislasten en overhead in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 1 Algemene dienstverlening
Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand -24.374 28.652 27.869 9.926 37%
Hoofdstuk 2 Reisdocumenten -75.911 76.404 74.318 40.819 40%
Hoofdstuk 3 Rijbewijzen -102.046 60.487 58.835 50.607 60%
Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen -5.655 28.652 27.869 5.870 9%
Hoofdstuk 7 Bestuursstukken - - - -
Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie -17 6.367 6.193 1.161 0%
Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken -29.932 31.835 30.966 22.863 35%
Hoofdstuk 10 Gemeentearchief - 6.367 6.193 - 0%
Hoofdstuk 11 Huisvestingswet - - - -
Hoofdstuk 12 Leegstandswet - 6.367 6.193 - 0%
Hoofdstuk 16 Kansspelen - 9.551 9.290 - 0%
Hoofdstuk 17 Telecommunicatie -3.954 6.367 6.193 - 31%
Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer -75 9.551 9.290 2.410 0%
Hoofdstuk 19 Kinderopvang - 6.367 6.193 - 0%
Hoofdstuk 20 Diversen -3.653 19.101 18.580 315 10%
Totaal titel 1 -245.617 296.067 287.984 133.970 34%

De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst. 

 

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen - - - -
Hoofdstuk 2 Schetsplan / Conceptaanvraag omgevingsvergunningen / Verzoek principebesluit -4.756 - - -
Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning -684.754 299.323 291.151 133.383 95%
Hoofdstuk 4 Vermindering - - - -
Hoofdstuk 5 Teruggaaf - - - -
Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning - - - -
Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project (vervallen) - - - -
Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten - - - -
Hoofdstuk 9 Sloopmelding (vervallen) - - - -
Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking - - - -
Totaal titel 2 -689.510 299.323 291.151 133.383 95%

De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken.

Baten Salaris Overhead Lasten Percentage
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1 Horeca -1.565 6.367 6.193 28 12%
Hoofdstuk 3 Seksbedrijven - - - -
Hoofdstuk 4 Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning - - - -
Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen - 6.367 6.193 - 0%
Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet - 6.367 6.193 - 0%
Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking - 3.184 3.097 - 0%
Totaal titel 3 -1.565 22.285 21.676 28 4%

Marktgelden

Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt.
Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. Het tarief is in 2019 verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie (2,1%).

Precariorechten

Het tarief is in 2019 verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie (2,1%).

Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen

Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding.
De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid:

  • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend;
  • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan.
Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen:

  • OZB;
  • Afvalstoffenheffing;
  • Rioolheffing.

Overzicht tarieven

2017 2018 2019
OZB Eigenaar Woning 0,0919% 0,0897% 0,0894%
OZB Eigenaar Niet-woning 0,1438% 0,1454% 0,1506%
OZB Gebruiker Niet-woning 0,1286% 0,1300% 0,1346%
Afvalstoffenheffing 1-persoonshh 150,00 155,04 163,44
Afvalstoffenheffing meer-pers.hh 188,00 194,28 204,96
Reinigingsrechten 176,40 182,28 198,69
Rioolheffing t/m 500m3 148,00 150,00 153,00

Vergelijking buurgemeenten

In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2019 (afgerond op hele euro's).

Son en Breugel Nuenen Eindhoven Best Geldrop-Mierlo
OZB eigenaar woning 0,0894% 0,1412% 0,1247% 0,0941% 0,0781%
OZB eigenaar niet-woning 0,1506% 0,2297% 0,2922% 0,1716% 0,1540%
OZB gebruiker niet-woning 0,1346% 0,1844% 0,2269% 0,1369% 0,1251%
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden) 205 309 276 238 300
Rioolheffing 153 219 199 169 181

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde.

Ontwikkeling lokale lastendruk

Jaar 2017 2018 2019
WOZ-waarde 273.000 289.000 306.000
Wijziging WOZ-waarde 5,86% 5,88%
OZB 251 259 274
Afvalstoffenheffing 188 194 205
(meerpersoons)
Rioolheffing 148 150 153
Totaal 587 603 632
% wijziging lasten t.o.v. t-1 2,70% 4,80%